Twee zones: de gratis buitenring en de betaalde Monumentale Zone
Park Güell bestaat uit twee delen die fundamenteel anders zijn. Het grootste deel — de wandelpaden, de pijnbomen, de viaducten — is gratis toegankelijk. Maar de kern van het park, de Monumentale Zone, heeft een toegangsbeperking en een tijdslot-systeem. Hier vind je het grote mozaïek-terras met de sinueuze bank, het Griekse theater, de Zuilenzaal en de paviljoenentrance.
Wil je de beroemde trencadís-bank of de keramische salamander bij de trap zien van dichtbij? Dan heb je een ticket nodig. Gewoon aankomen en denken dat je er doorheen loopt werkt niet — er staat personeel bij de afzetting.
Tickets zijn beschikbaar via parkguell.barcelona. Kies een tijdslot van 30 minuten. In het hoogseizoen zijn slots weken van tevoren uitverkocht. In de winter soms nog op de dag zelf beschikbaar.
Wat je te zien krijgt in de Monumentale Zone
De Zuilenzaal (Sala Hipòstila) is de eerste indruk: een reeks Dorische zuilen die een gewelfd plafond dragen, bekleed met stukken Talavera-keramiek. Gaudí ontwierp dit als overdekte markt voor het nooit voltooide villapark. Daarboven strekt het grote theater-terras zich uit, omzoomd door de beroemde cementeerde bank die 110 meter loopt en bekleed is met duizenden stukjes gebroken tegels — trencadís.
Het mozaïek is het werk van Gaudís vaste medewerker Josep Maria Jujol, die de kleuren en patronen ontwierp. Van dichtbij zie je dat de stukjes tegel soms zelfs teksten bevatten — geheime opschriften die je pas ontdekt als je echt goed kijkt.
Bij de trap bij de ingang staat de beroemde salamander — in de volksmond 'el drac' (de draak) — het meest gefotografeerde element van het park. Midden op de dag rijen mensen voor een selfie. Ga er vroeg naartoe voor een rustig moment.
Het oorspronkelijke plan: een villawijk die niemand wilde
Park Güell was geen park in de traditionele zin. Industrieel Eusebi Güell kocht in 1900 grond op de Calvari-heuvel en vroeg Gaudí een luxe villawijk voor de Barcelonese elite te ontwerpen. Gaudí creëerde de infrastructuur: wegen, viaducten, rioleringsysteem en een marktplein. Van de zestig geplande villa's werden er maar twee gebouwd. De rijke families waren niet geïnteresseerd in een droge heuvel buiten de stad.
In 1914 werd het project gestaakt. Güell schonk het terrein aan de stad Barcelona, die er in 1926 een openbaar park van maakte. UNESCO erkende het park in 1984 als werelderfgoed als onderdeel van de Werken van Antoni Gaudí.
Gaudí woonde zelf zeventien jaar in het park, in het roze huis naast de ingang — het enige huis dat hij er voor zichzelf koos. Dat huis is nu het Casa Museu Gaudí, een apart museum met origineel meubilair. Toegang kost circa 5,50 euro, los van het parkticket.
Hoe kom je er en wanneer is het het rustigst
Park Güell ligt in de wijk Gràcia, op de hellingen van de Turó del Carmel. Met de metro ga je naar station Lesseps (L3, groene lijn) of Vallcarca (L3). Vanuit Lesseps is het een flinke klim van zo'n twintig minuten omhoog — vrij steil. Als je slecht ter been bent of niet van klimmen houdt, neem dan buslijn V17, die je dichter bij de ingang afzet.
Het park heeft meerdere ingangen. De hoofdingang aan de Carrer d'Olot is de meest gebruikte en geeft toegang tot de Monumentale Zone.
De vroegste tijdslots (bij opening om 9:30) en de late middag zijn relatief rustig. Vermijd de middaguren op weekenddagen in de zomer. In de lente (april-mei) en het vroege najaar is het park over het algemeen aangenamer dan in de piekmaanden.